| |
Zondag 18 november (fragment)
Willem was en is voor mij een intermediair tussen hier en daar. Waar hier is, is duidelijk. Waar daar is, niet. Maar het doet er niet toe. Ik voer hem ook op in de brieven die ik schrijf, zoals in de brief aan Niels en Evelien. Hun zusje, waar ze zich zo op verheugd hadden, werd veel te vroeg en niet levensvatbaar geboren.
Lieve Niels en Evelien,
Jullie mamma vertelde mij over Lisa. Lisa was te klein en teer om te blijven leven. Soms gebeuren die dingen en gaan mensen waar je veel van houdt dood. Meestal zijn het oude mensen, maar soms ook kinderen. En dan ben je héél verdrietig.
Mijn kindje is ook doodgegaan. Hij zat in een auto die tegen een boom botste. Hij was niet zo klein als Lisa, maar al zeventien jaar en heel groot en sterk en hij heette Willem. Willem was een grapjas, je kon erg met hem lachen.
Het rare is, dat mensen die dood zijn, niet meer bij ons wonen. Maar echt weg zijn ze ook niet. Je blijft van ze houden en aan ze denken. En soms voel je ze héél dichtbij. Als je door een mooie tuin loopt bijvoorbeeld, tussen al die prachtige bloemen die er groeien. De mooiste kleuren hebben ze en ze ruiken vaak lekker. Rond de bloemen vliegen bijen en vlinders die van de honing snoepen. En soms zit er een vogel te zingen, zó mooi dat je er tranen van in je ogen krijgt. Dan moet ik aan Willem denken en aan Lisa. Of ’s avonds als er veel sterren aan de hemel staan. De hemel lijkt dan groot en prachtig met al die pinkelende lichtjes. Dan is het net of Lisa en Willem naar ons knipogen.
Ik praat ook tegen hem en weet zeker dat hij me hoort. Ik heb hem verteld dat jullie bezorgd zijn over Lisa en hem gevraagd om goed op haar te passen als hij haar tegenkomt. Hij paste ook altijd op zijn kleine nichtje en de buurtkindertjes.
Waar Willem is begraven, is ook een mooi tuintje. In het nestkastje dat er hangt hebben acht jonge pimpelmezen gezeten en in de vijverton zitten kikkers, één groene en vier bruine. ’s Avonds, wanneer ik de kaarsjes aan ga steken, rennen er muizen rond, bosmuizen en rosse woelmuizen. Ze scheuren tussen de bloempotten door en klauteren in de klimop. En als het nóg donkerder wordt, komen de vleermuizen en begint de kamperfoelie lekker te ruiken. Nou, dat wilde ik jullie even vertellen. Groetjes en liefs van Maria.”
terug
|
|